Het bemoedigende verhaal over Nehemia en zijn mannen

Lezen: Nehemia 4:15-23

door T. J. de Ruiter, woensdag, 7 februari 2007, interkerkelijke gebedsavond.
 

De gebeurtenissen die in het boek Nehemia beschreven zijn vonden waarschijnlijk plaats van 538 v.tot 530 v. Christus. De eerste Joden waren met toestemming van Kores, de koning van de Meden en Perzen, uit Babel teruggekeerd (zie Daniël 5:30, 6:1,-3 en Ezra 1:1). Onder Nehemia begonnen de Joden met de herbouw van Jeruzalem en het herstel van de muur om hun veiligheid te kunnen garanderen. Onmiddellijk kwam er hevige, vijandige tegenstand van de daar wonende heidense stammen. Sanballat en Tobia ontpopten zich als vijandige leiders die wilden verhinderen dat Jeruzalem zou worden herbouwd. In hoofdstuk vier lezen we over de hoon en de haat van deze Sanballat en Tobia met de Arabieren, de Ammonieten en de Asdodieten (hoofdstuk 4:7).

De eerste reactie van Nehemia op de tegenstand was een oproep tot gebed te doen uitgaan (hoofdstuk 4:9).
Als er tegenstand komt tegen het werk dat God ons heeft opgedragen zullen we dan ook niet allereerst bidden?
Welke prioriteit heeft vurig, oprecht en geïnspireerd gebed in ons leven en werk?

We vestigen vervolgens onze aandacht op drie krachtige aspecten van de houding en instelling van Nehemia en zijn volk:

1. Let op de moed van Nehemia en zijn mannen

Zij gingen moedig door met hun opbouwwerk ondanks felle en gemene tegenstand en lieten zich niet door angst van hun werk afbrengen (hoofdstuk 4:14).

Christenen worden opgeroepen moedig te blijven in de strijd tegen vijandige geestelijke machten en de wereld en door te gaan met de opbouw van het werk van God (Efeziërs 6:10,11). En Jezus zei dat Hij de wereld overwonnen had en zei dat wij daarom goede moed zouden kunnen houden, (Johannes 16:33). Ik moet denken aan het lied 654 in de bundel van Johannes de Heer:
Houd moed in de geestelijke strijd.
Hoe zwaar ook des vijands geweld.
Door 't leger van God steeds bereid
Wordt iedere vijand geveld.

2. Let op de waakzaamheid van Nehemia en zijn mannen

Nehemia 4:9; 17; 23. Zij baden, werkten en bleven tegelijkertijd zeer waakzaam en gereed om een aanval tegen te houden.

De apostelen riepen christenen ook op  tot waakzaamheid. Wij hebben ook een gemene en sluwe vijand. Lees 1 Petrus 5:8. Denk eraan dat het christelijk geloof niets te maken heeft met onoplettendheid en struisvogelpolitiek; er zijn vijanden en grote gevaren. Hoe is het gesteld met jou geestelijke waakzaamheid?

3. Let op het geloof van Nehemia en zijn mannen

Nehemia geloofde in God en zijn trouw. Hij wist dat Gods goede hand met hem was in dit werk van de herbouw van Jeruzalem (hoofdstuk 2:8).

Nehemia geloofde in het slagen van zijn plannen en werk (hoofdstuk 2:20). Hij droeg dit geloof in God en in het succes van het herstelwerk over op zijn mannen.

Nehemia geloofde in zijn mannen. Hij geloofde in hun trouw, inzet, hun bekwaamheid en volharding (4:6).
Jezus geloofde in zijn discipelen en dat Hij zijn werk na zijn heengaan aan hen kon overdragen (Matteüs 28:20).
Zonder twijfel wil Hij ook ons zijn vertrouwen geven om het werk te doen dat Hij ons opgedragen heeft.
Vraag: doe je inderdaad ook wat Hij opgedragen heeft? Hij wil dat we zijn getuigen zullen zijn.

4. Let op de ijver van Nehemia en zijn mannen.

Zij werkten dag en nacht door en kwamen zelfs niet uit de kleren, vers 21 en 23
Ook wij als christenen worden opgeroepen ijverig te zijn in het werk van de Heer. Lees 1 Korintiërs 15:58.

Gebed

In de gebeden werden o.a. de kabinetsformatie, ook heel persoonlijk de drie leiders, Balkenende, Bos en Rouvoet en de vervolgde christenen, met name die in Noord Korea (volgende week is het de gebedsweek voor Noord Korea), voor de troon van God gebracht.

~~~~~~~~~~

Reageren? E-mail Pastor T. J. de Ruiter


Site Elim-Hilversum, sinds 2004  / upd. 7 februari 2007 / pastor T. J. de Ruiter /  The Netherlands