Pinkstergemeente Elim
de Pinkstergemeente voor Hilversum en omstreken



Serie Wat zegt de Bijbel over....
door T. J. de Ruiter

De doop van de onderdompeling
op het persoonlijk geloof

Inleiding

Bij het lezen van het Nieuwe Testament wordt men vrijwel onmiddellijk geconfronteerd met de doop van Johannes de Doper. Hij doopte mensen in water nadat zij te kennen hadden gegeven een vernieuwd leven naar Gods wil - ongetwijfeld naar de wet en de profeten te willen gaan leiden. De doop was niet iets dat volkomen nieuw was. De Joden kenden reeds de zogenaamde 'proselietendoop', waarbij een heiden tot de Joodse gemeenschap en het geloof wilde toetreden. Dit voornemen werd bezegeld door middel van een doop, waarbij de persoon zichzelf, in de aanwezigheid van de rabbi, even onder water dompelde. De doop van Johannes was een voorbereiding op de komst van de Messias en het Koninkrijk van God, dat - zo zei hij - aanstaande was!

Jezus, als Gods boodschapper en leraar, doopte ook. Hij zelf doopte niet, maar Hij liet dit door zijn discipelen doen; zie Johannes 3:32 en 4:1-3. Men zou hieruit kunnen concluderen dat Jezus zich bezig hield met het essentiële werk, dat van de prediking en de bevrijding van zonde, ziekte en demonische machten, zodat de mensen aan een nieuw en bevrijd leven konden beginnen. Aan de discipelen liet hij het ondergeschikte, doch zeker niet onbelangrijke, werk van het dopen over. Er valt voor deze uitleg zeer veel te zeggen. Zie ook 1 Korintiërs 1:10-17, waar Paulus verklaart dat Christus hem niet gezonden heeft om te dopen, doch om het evangelie te verkondigen!

De leer van Paulus, de belangrijkste schriftapostel in het Nieuwe Testament, is duidelijk: de doop ontleent haar waarde aan het geloof. Dit 'geloof' is geen collectief kerkgeloof, vastgelegd in een geloofsbelijdenis, doch een persoonlijk vertrouwen op Jezus Christus en de wil om van harte naar Gods wil te leven. Daarom dopen we op de persoonlijke belijdenis van "ik geloof", zie ook Handelingen 2:41; 8:36, 37; 10:48. Heel eenvoudig gesteld: wie gelooft, mag worden gedoopt.

Gestorven en opgestaan met Christus

De doop, zoals door de Heer en zijn apostelen toegediend, was altijd een doop, die plaatsvond op de belijdenis van geloof. Dit geloof manifesteerde zich door toewijding aan Christus en zijn leer. Paulus werkt in de Romeinenbrief, hoofdstuk 6, uit dat men in de doop de symboliek van het 'gestorven en opgestaan zijn' met Christus kan zien. De doop is hier een duidelijk veelzeggende expressie en bevestiging van het geloof en de wil tot levensvernieuwing, gebaseerd op het verzoeningswerk van Jezus Christus. De gelovige identificeert zich met Christus in zijn dood en opstanding, omdat Christus voor hem (in zijn plaats) stierf en opstond; zie 2 Korintiërs 5:15. De gedoopte gelovige getuigt van zijn wedergeboorte, hij is wat de oude mens betreft gestorven en in nieuwigheid van leven opgestaan; zie Romeinen 6:4.

Een enkel woord over het metaforisch, ook wel het metonymisch gebruik, van het begrip 'dopen' of 'wassen' in de Schrift; zie bijv. Handelingen 22:16, "En nu, wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen, onder aanroeping van zijn naam." Wij weten dat zondigheid, zowel wat schuld als wat de morele besmetting of innerlijke bezoedeling betreft, niet door water afgewassen kan worden. Het bevrijd of schoon worden van een schuldig geweten en van schuldgevoelens, het rein worden in denken en driften zijn werkingen, die door de Heilige Geest op het persoonlijk geloof in de gelovige worden geëffectueerd. Zie ook Efeziërs 5:26; Kolossenzen 2:12; Titus 3:5; 1 Petrus 3:21.

Dopen van zeer jonge kinderen

Over het dopen van kinderen, die onder de tien of twaalf jaar zijn, is geen eensgezind standpunt in het evangelisch christendom. Sommigen dopen ook zeer jonge kinderen als zij zeggen tegeloven en Jezus liefhebben. Anderen echter adviseren het kind te wachten tot een ‘rijpere leeftijd,’ meestal met het argument dat het dan ‘meer ervan begrijpt’ en de doop bewuster, meer verantwoordelijk en weloverwogen zal beleven.

In het Nieuwe Testament is geen apostolisch onderwijs te vinden aan gemeenteleiders over het omgaan met de zeer jonge kinderen met betrekking tot de doop. Het kan worden aangenomen - met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid - dat in deze beginfase van het Christendom jonge kinderen tegelijkertijd met de ouders werden gedoopt. De leidinggevende positie van de vader, zijn gezag over het gehele gezin, was bepalend -men volgde hem. Zelfs slaven lieten zich soms bekeren tot het geloof en werden gedoopt. De vraag in hoeverre het geloof echt geboren was in het hart van een ieder, die zich met de anderen liet dopen, is niet meer te beantwoorden.

Dat er in opwekkingssituaties - zoals thans ook het geval is - kinderen op zeer jonge leeftijd gedoopt worden is te verdedigen op grond van het gegeven dat dan ook deze kinderen van een zeer krachtig  bekerend, vernieuwend werk van genade en Gods Geest kunnen getuigen. Soms zelfs zo krachtig dat het volwassenen beschaamd doet staan. In zulke situaties van bijzondere geesteswerkingen komt het ook voor dat kinderen de ouderen leiden. Dikwijls constateert men inderdaad dat in tijden van een krachtige beweging van Gods Geest veel door kerken ingestelde verordeningen en vormen niet te hanteren zijn. Het heet dan: “Want de Geest doorbreekt de grenzen, die door mensen zijn gemaakt.” De erkenning van een soeverein werk van de Heilige Geest laat onverlet de noodzakelijkheid van het hebben van verordeningen en het stellen van grenzen. In bijzondere tijden van opwekking en vernieuwing zullen we echter ook gereed staan om de ‘in gewone omstandigheden functionerende regels’ terzijde te leggen, mits hierdoor geen geloofsfundamenten aangetast worden. Het blijft duidelijk: de Heilige Geest zal nooit tegen het Woord van God ingaan. Wel kan er sprake zijn van vernieuwing in onze interpretatie en toepassing van de Schrift.

Toen de moeders de kinderen tot Jezus brachten, wees Hij hun niet af, maar zegende hen; zie bijv. Marcus 10:13-16. Het getuigt niet van inzicht in het groter schriftuurlijk verband en de daarop gefundeerde interpretatie van de tekst om dit vers te hanteren als argument voor het dopen van de zeer jonge kinderen. Let er s.v.p. dat Jezus de kinderen ‘zegende’. In de meeste evangelische kerken worden de zuigelingen of zeer jonge kinderen opgedragen en gezegend. Er zou een nieuwe zegening van jonge kinderen in de gemeente plaats kunnen vinden als zij bijv. tot de zondagsschool worden toegelaten en/of deze verlaten. Hun besef dat zij er bij horen wordt hierdoor zeker versterkt en bevestigd.

Tenslotte; men zal juist t.o.v. de jonge kinderen in de gemeente een duidelijk beleid dienen te voeren. Al men deze jonge kinderen toch wil dopen zal het niet gemakkelijk zijn om het ene kind duidelijk te maken, waarom hij niet en de andere wel gedoopt wordt. Mede op grond van deze pastorale overweging is - mijns inziens - de handhaving van een benedengrens, waaronder een kind niet gedoopt wordt, zeer aan te bevelen.

Besprenkeling is geen Nieuw Testamentische doop

Het moge duidelijk zijn dat de besprenkeling als baby niet als de doop van het Nieuwe Testament doop kan worden beschouwd. Een baby kent nog geen persoonlijk geloof. Aangezien kerkelijke ouders handelden naar het hun gegeven inzicht, dient hun geloof gerespecteerd te worden, maar indien men later tot persoonlijk geloof en het inzicht van de bijbelse leer over de doop komt, dient men dienovereenkomstig te handelen. Als men zich dan na bekering door onderdompeling wil laten dopen kan men niet spreken van een over gedoopt worden.

De verwarring over de besprenkeling en de daaraan verbonden verbondsleer wordt voorkomen door de zuigeling of kleuter in de gemeente te zegenen en op te dragen aan God, de Schepper en de Heer Jezus Christus. Jezus zegende zelf ook de kinderen en sprak de ouders bemoedigend toe, zie Marcus 10:13-16.

Als er in een reformatorische kerk een buitenkerkelijk volwassene tot geloof komt en lid wil worden van de kerkelijke gemeenschap wordt hem de doop als besprenkeling bediend. De strekking en waarde van deze besprenkeling is dezelfde als die van de doop der onderdompeling. Men behoeft, mijns inziens, niet te stellen dat de persoon niet gedoopt is en dus over gedoopt moet worden.

De betekenis van Marcus 16:16

In evangelische en pinkstergemeenten menen sommigen dat geloof en doop - de onderdompeling - tezamen een mens voor eeuwig behouden. Deze overtuiging wordt gebaseerd op Marcus 16:16. Als men deze uitspraak plaatst in het licht van het gehele Nieuwe Testament kan men hieruit zeker niet de gevolgtrekking maken dat iemand, die wel gelooft, doch die het doopritueel niet heeft ondergaan, verloren gaat. Het gaat veeleer om de openbare werkzaamheid van het geloof. De doop is de belijdenis en de openbare bezegeling van het persoonlijk geloof. Ten diepste gaat het om de geestelijke en waarachtige, reële beleving van de doop. Iemand, die beweert te geloven en zelfs gedoopt is, doch met zijn levenswijze de mondelinge belijdenis en doop niet waarmaakt, niet realiseert, doch veeleer op z'n onbekeerde, negatieve, zondige en schadelijke wijze voortleeft, die heeft geen werk van zijn geloof in Christus gemaakt en leeft 'ongedoopt'. Zijn geloof is 'dood', want het brengt geen werken voort; zie Jacobus 2:17.

Slot

Er is nog veel meer te zeggen over de doop, zowel wat een historisch overzicht, alsmede wat de betekenis en uitleg van tal van schriftplaatsen betreft. Het was echter niet mijn bedoeling om van dit geschrift een uitvoerige theologische verhandeling te maken. Ik hoop dat u hetzelfde brandende verlangen kent als de kamerling uit Morenland. We lezen over hem in Handelingen hoofdstuk 8. Daarom eindig ik met het citaat uit hoofdstuk 8:36,37:

"En terwijl zij onderweg waren, kwamen zij bij een water, en hij - de kamerling uit Morenland - zeide: zie, daar is water; wat is ertegen dat ik gedoopt word? En hij zeide: indien gij van ganser hart gelooft, is het geoorloofd. En hij antwoordde en zeide: Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is."

Leusden, 4 febr. 1993; herzien april 2005

Een vraag of inlichtingen: Pastor T. J. de Ruiter

Indexpagina van deze serie
Homepagina van de site Elim Pinkstergemeente Hilversum

Interessante sites en pagina's


Site Elim-Hilversum, sinds febr. 2004 / herz. 8 maart 2008 / The Netherlands