de Logos

een korte Kerst Bijbelstudie door pastor en bijbelleraar T. J. de Ruiter

Lezen: Johannes 1:1-18

In deze korte studie zullen we nadenken over de vraag waarom Johannes Jezus, de Zoon van God, als het Woord - in het Grieks, de 'Logos,' introduceerde.
 

De Grieken en hun inzicht in de Logos

Het oude Griekenland heeft sommige van de grootste wijsgeren van de gehele geschiedenis voort gebracht. De wijze Griekse filosofen waren echte doordenkers. Ik noem twee namen, die zeer bekend zijn: Aristoteles en Plato. De Grieken begrepen al heel lang dat deze wereld en de gehele kosmos met alles erin, niet zomaar tot stand kon gekomen zijn. Er moest een oerkracht, een ordenend oerbeginsel zijn dat alles had bedacht en gemaakt. Die oerkracht of dit oerbeginsel, de grond van het bestaan van alles, werd 'Logos' genoemd. De Grieken kwamen echter niet verder - zelfs niet na eeuwen van piekeren, peinzen en discussiëren - dan alleen diepzinnig constateren dat er inderdaad een oerbeginsel of oerkracht moest zijn die alles had gemaakt. De grote, vraag, die zij niet konden beantwoorden was en bleef: "Waar, of wie, of wat, is die Logos?" Sommigen opperden dat die in de materie zelf aanwezig moest zijn. Daarom kwam er iemand met de theorie van de 'monaden.' Deze monaden waren volgens sommige doordenkers de kleinste eenheden van leven die 'bezield' moesten zijn; ze zouden zelfs intelligentie bezitten. Maar waar zat die ziel, die intelligentie eigenlijk? Ook over die vraag konden die Grieken eindeloos blijven discussiëren en dromen. Sommigen stelden dat de Logos niet zat in de oerkleine monaden maar ergens in het heelal als een oerkracht die leven uitstraalde en voor ons volkomen onkenbaar bleef.

De Hebreeuwse openbaringskennis

Als we op bezoek bij de Hebreeën gaan stuiten we op zeer oude tradities, op oeroude verhalen over God. "In den beginne schiep God de hemel en de aarde." God wordt geïntroduceerd als een Almachtig, Scheppend Wezen. Hij spreekt creatieve woorden die met een enorme scheppende kracht geladen zijn. Hij zei: "Er zij licht en er was licht." We hebben in de Bijbel dus onmiddellijk de verkondiging dat God geen onpersoonlijk oerbeginsel is maar een sprekend, groot en creatief Opperwezen. Deze verkondiging wordt in de volgende hoofdstukken van Genesis versterkt. Elohim heeft communicatie met de mens. Hij komt tot hem, spreekt met en wandelt met hem in de hof en straft hem vanwege zijn ongehoorzaamheid. Elohim openbaart zich dus ook als een moreel verantwoordelijk Wezen met een rechtvaardigheidsbesef. Inderdaad, de Hebreeuwse openbaringskennis verkondigt: God is een persoon met intelligentie, een wil, met een verlangen naar gemeenschap en met een morele natuur. Voor de vrome Israël was er een gelukkig weten: Elohim is onze God, onze Verbondsgod JaHWeH, die ons en de gehele aarde gemaakt heeft, die ons liefheeft en gemeenschap met ons wil onderhouden. De Psalmen en de Profeten verkondigen God en getuigen van Hem.

De apostel Johannes, een Jood, geloofde in deze Allerhoogste God; met dit geloof was hij opgevoed. Toen Hij Jezus had ontmoet werd hij een volgeling van Hem en werd de 'geliefde discipel.' Er zijn oude documenten uit de eerste periode van het Christendom die vertellen dat Johannes later voorganger werd van de gemeente in de grote stad Efeze, een stad vol afgoderij en Griekse filosofen. Waarschijnlijk kreeg hij daar de bijzondere inspiratie van de Heilige Geest om Jezus in zijn evangelie te introduceren als de vlees geworden Logos. Hij wist het: Jezus Christus is de Logos! Christus is de persoonlijke goddelijke kracht die alles geschapen heeft en alles draagt en onderhoudt; zie ook Hebreeën 1:2,3. Je zou deze verlichting een 'Aha-Erlebnis' door de Heilige Geest kunnen noemen. Het inzicht van Johannes over de Christus legde een brug vanuit het Hebreeuwse denken naar het Griekse. Wat hij zag, geloofde en wist was een lichtstraal van waarachtige openbaringskennis uit de hemel: de Christus, God, is die Logos, waarmee de Grieken niet verder komen met al hun diep nadenken en filosoferen. Nu begrijpen we waarom hij zijn evangelie begon met: "In den beginne was de Logos (het Woord), en de Logos (het Woord) was bij God, en de Logos (het Woord), was God. Dit was in den beginne bij God."

Dit is de verkondiging van Johannes 1: Grieken, heidenen, Joden, accepteer het, geloof het! De Logos was en is geen onkenbare, kosmische kracht, geen verborgen beginsel, maar de levende Almachtige God die mens is geworden; zie Johannes 1: 14.

De Grieken hadden hun mythen met hun goden en zonen van goden, die naar de aarde kwamen. In de Bijbel is het echter alleen de Logos, God uit God, de unieke Zoon van God - zie vers 18 - die mens onder de mensen werd.

God geopenbaard door de Logos, de Zoon

Ik sta nog stil bij het slotvers van dit eerste gedeelte van het evangelie, Johannes 1:18.

"Niemand heeft ooit God gezien, de eniggeboren Zoon, die aan de boezem van de Vader is, die heeft Hem doen kennen."

De Logos is God en leeft in een innige relatie als God bij God. Hij is aan de boezem van de Vader. Hij kent en voelt het hart van God kloppen als geen ander. Daarom kan Hij alleen ons de levende, almachtige God doen kennen - het Griekse werkwoord is letterlijk vertaald, 'heeft uitgelegd, verklaard, geëxegetiseerd.' Daarom kon Jezus zeggen: "Wie Mij heeft gezien heeft de Vader gezien; Johannes 14:9.

Komt, laten wij aanbidden!

Een vraag of inlichtingen: Pastor T. J. de Ruiter

~~~~~~~~~~~~~~~

Site Elim-Hilversum, sinds februari 2004 / herz. 8 maart 2008 / The Netherlands